Voor de oorlog was de Waterloopeinmarkt een markt geboren uit armoe.
Door de in- en verkoop kon je als het mee zat, wat extra verdienen om het meestal sobere bestaan wat te verbeteren.
Opkopers, morgensterren, grondwerkers, standwerkers, hoogwerkers en kooplieden. Iedereen probeerde op zijn manier wat te verdienen of bij te verdienen.
Na de oorlog profiteerden de kooplieden van de grote vraag die er was naar gebruiksgoederen. Ook overtollige legervoorraden waren er volop te krijgen. Na 1950 volgde er een periode dat veel mensen weer eens iets nieuws in huis moesten hebben. En waar kwam de oude inboedel terecht?
De bloeitijd van de Waterloopleinmarkt was in de jaren 60 en 70. Hippietijd, flowerpower, Amerikaanse toeristen, antiek en curiosa het kon niet op.